|
 Augustinus in Bildern, van Vladimir Petrichev
Aurelius Augustinus werd geboren op13 november 354 in Thagaste in Afrika, in het huidige Algerije. Zijn ouders behoorden tot de middenklasse en het gezin bestond uit meerdere kinderen. Moeder Monnica gaf haar kinderen een christelijke opvoeding. Patricius, zijn vader, was geen christen en werd pas op zijn sterfbed gedoopt. Toen Augustinus voor zijn studie in Carthago verbleef, leerde hij daar enige jaren later een jonge vrouw kennen met wie hij 15 jaar zou samenleven. Zij kregen een zoon: Adeodatus.
Als vijftienjarige werd hij naar Madaura gestuurd om zich daar te bekwamen in de retorica. Vanaf die tijd wendde hij zich af van de kerk van zijn moeder. Hij bleef wel zoeken naar vormen van waarheid, maar hij dacht die buiten de katholieke kerk te vinden.
Hij las de Hortensius van Cicero en dat maakte van hem een vurige zoeker naar de onvergankelijke waarheid en de onsterfelijke wijsheid. Hij betreurde het dat hij bij Cicero de naam 'Christus' niet tegenkwam. Dat was wel zo bij de Manicheeërs en daarom sloot hij zich als toehoorder bij hen aan. Zijn moeder Monnica betreurde dit ten zeerste en wist hem te bewegen mee te gaan om te luisteren naar de preken van bisschop Ambrosius en dat bracht hem er toe te breken met de Manicheeërs.
Hij vond een vorm van christelijk denken die hem aanstond. Toen iemand hem vertelde van Antonius en diens roeping tot woestijnmonnik raakte hij in een hevige crisis. Hij las de brieven van Paulus, werd door Rom.13,13-14 zeer getroffen en nam wat later het besluit om zich te laten dopen ....
|
Hij zou voortaan een leven in onthouding leiden als monnik en als dienaar van God wilde hij zijn leven helemaal wijden aan gebed en studie. Samen met een aantal vrienden nam hij dit besluit en zij trokken zich terug in Cassiciacum. In de paasnacht van 387 werd hij door bisschop Ambrosius gedoopt, samen met zijn zoon Adeodatus en zijn vriend Alypius.
|
doop van Augustinus
|
|
| Toen Monnica was overleden en begraven in Ostia ging Augustinus weer naar Afrika met zijn vrienden en vormde in zijn ouderlijk huis een religieuze gemeenschap. Zij leefden sober, in gemeenschap van goederen en wisselden studie en gebed af door handenarbeid.
Later werd hij, op aandrang van het volk dat hem zeer waardeerde, priester, assistent van de bisschop en daarna zelf tot bisschop gewijd. Hij liet zijn gemeenschap veilig in het klooster achter en moest zelf in het bisschoppelijk paleis gaan wonen.
Hij heeft enorm veel geschreven, boeken en brieven en preken, die bijna allemaal zijn opgetekend en bewaard gebleven. Onder zijn meest bekende boeken noemen we:
- Belijdenissen (Confessiones), - Over de Drievuldigheid (De Trinitate) - De Stad Gods (De Civitate Dei).
Hij schreef ook een Regel voor Kloosterlingen die tot op heden gevolgd wordt door talloze kloosterlingen, die leven volgens de Regel van Sint Augustinus. De Regel van Sint Augustinus is in hoge mate geïnspireerd door de Bijbel. Samen een religieuze gemeenschap vormen is volgens hem ook een vorm van dienstbaarheid aan de kerkgemeenschap en aan de hele wereld.
Regel voor kloosterlingen,
 Harrie Sterk foto: W. Meppelink
De Augustijnse spiritualiteit vindt haar bron in de Bijbel. De liefde tot God en mens is het eigen doel van meditatie en contemplatie.
Van Pater Wim Sleddens verscheen in 2009 een nieuwe vertaling van de Belijdenissen van Sint-Augustinus. uitgeverij Damon

Voor meer informatie over Augustinus:
Augustijns Instituut, OSA Links Nederland, Augustijnse Beweging.
|